Willem Boogman


Impulses – 3 (interpretation & performance)

writings notes-no notes
In my music impulses are clearly defined and are characterized by their attack, speed and rotation. Impulses within one constellation are basically all the same pitch, although they may occur as noise.

The first requirement for the performance of impulses is to place the musicians according to the instructions in the score. A good spatial arrangement is essential for the achievement of the rotation of the impulses. The basic principle is that the musicians pass the impulse on to one another.

The impulse’s attack is always accentuated (though without exaggeration,) short, and clearly perceptible. The speed of the impulse is determined by the interval between entries. These must therefore be performed with as much rhythmic precision as possible.
A rotating impulse moves clockwise or anti-clockwise, and can change direction. This will work particularly well if the musicians are aware of the direction in which the impulse is moving: where is it approaching you from, and in what direction are you going to pass it on? The rotations can assume any number of motion patterns: see the example from Axis/Ashes.

An impulse can be identified in the score by a circled dynamic mark.

All other composed elements of the impulse are secondary: the held impulse tone (i.e. the tone that follows the attack,) dynamics and pitch should be performed
as neutrally as possible.

Impulses are seldom tones that should be cut off! Even with short notes the attack leads to an impulse tone that ›stays floating in the air.‹ Where I have notated longer impulse tones, it is purely and simply to show that I do not want silence until the following entry.

The dynamics indicate nothing more than the
average volume of an impulse tone within the context, and do not relate to the strength of the attack.
In the case of rotation, the musicians take the impulses over from each other. In this process the differences and alterations in timbre are more important than the pitch, which is no more than a
reminiscence of the tone which provides cohesion within this ›Klangfarbenmelodie‹ (melody of sound colours,) which incidentally possesses no melodic quality.

(Translation: Robert Coupe)

rotation click here to see motion patterns in Axis/Ashes

6(b) Impulsen – 2 (interpretatie en uitvoering)
In mijn muziek zijn impulsen gedefinieerd en profileren ze zich door de aanzet, door de snelheid en door de rotatie. In principe hebben impulsen binnen één constellatie allemaal dezelfde toonhoogte, al kunnen ze ook als ruis voorkomen.

Het eerste waarop gelet moet worden bij de uitvoering van impulsen is de opstelling van de musici conform de partituurinstructies. Een goede ruimtelijke opstelling is een voorwaarde om de rotatie van de impulsen te realiseren. Uitgangpunt is dat de musici de impuls aan elkaar doorgeven.

De aanzet van de impuls is, zonder te overdrijven, altijd geaccentueerd, kort, en duidelijk waarneembaar.
De snelheid van de impuls wordt bepaald door de duur tussen de inzetten. Deze moeten dus ritmisch zo exact mogelijk worden uitgevoerd.
Een roterende impuls beweegt met de klok mee of tegen de klok in en kan van richting veranderen. Dit zal extra goed werken als de musici zich bewust zijn van de bewegingsrichting van de impuls: waarvandaan komt hij naar je toe en waarnaartoe stuur je hem door? De rotaties kunnen allerlei bewegingsvormen aannemen: zie het voorbeeld uit Axis/Ashes.

In de partituur is de impuls te herkennen aan een omcirkeld dynamisch teken.

Alle andere gecomponeerde elementen van de impuls zijn bijkomstig: de (aangehouden) impulstoon – dat is de toon die volgt op de aanzet –, dynamiek en toonhoogte moeten
zo neutraal mogelijk worden uitgevoerd.

Impulsen zijn zelden tonen die moeten worden afgesneden! Ook bij korte noten gaat de aanzet nog over in een impulstoon die ›in de lucht blijft hangen‹. Langere impulstonen zijn alleen maar genoteerd omdat ik geen stilte wil tot de volgende inzet.
De dynamiek geeft niet meer aan dan de
gemiddelde geluidssterkte van een impulstoon binnen de contekst, en betreft niet de sterkte van de aanzet.
In het geval van rotatie nemen de musici de impulsen van elkaar over. Daarbij zijn de timbreverschillen en -veranderingen belangrijker dan de toonhoogte. De laatste is niet meer dan een
reminiscentie aan de samenhang gevende toon in deze ›Klangfarbenmelodie‹, die overigens geen melodische kwaliteit bezit.

Impulses – 2 (their role in my music)

notes-no notes
Within the context of electronic music, an impulse is a current surge that you hear as a click. The impulse is in itself musically neutral, but it can cause an object to vibrate, thus producing something that is musical. In this process the ›momentum‹ of the object alters.
This phenomenon has splendid physical implications which have inspired me: such as the transfer of the angular momentum from the one element to the other in a system where the elements are circling around. In this way stars can be formed from rotating protoplanetary disks.

In much of my music a circling impulse opens up a space in which a moment can settle itself. (Cf. Music and Space in: Notes – No Notes.) Thus impulses render the emptiness of space audible – emptiness versus silence – as the entry and exit for music.
But the rotating impulse constellations are also the world of elements made audible – elements that are not yet music, or are no longer music. The philosopher Levinas calls this indeterminate world of the elements ›the elemental.‹ [See: Emmanuel Levinas,
Totalité et Infini, The Hague 1974; part 2, chapter 2.]

The rotating impulse constellation is an interval in the manifestation of musical significance, where the musical presence is reduced to a state of not-yet-existing or no-longer-existing; an in-between moment during which the musical elements redeploy or gather together in their neutral quality; a zero moment at which the identity of musical forms dissolves or is prepared.

Impulses, at least in theory (see: ›Impulses – 1‹,) give elements the initial impetus to interact with each other to arrive at musical forms: groups, shapes, gestures, melodies, harmony…; potential forms which can become embedded in our memory.

In ›Impulses – 3‹ I shall explain how the impulses in my compositions should be interpreted and performed.

(Translation: Robert Coupe)

rotation in astrology
The protoplanetary disk HH-30 in Taurus
(Source: NASA/ESA; http://hubblesite.org/)

5(b) Impulsen – 2 (hun werking in mijn muziek)
Vanuit de elektronische muziek gezien is impuls een stroomstoot die je hoort als een klik. De impuls is zelf muzikaal neutraal, maar het kan een object in trilling zetten waardoor er wél iets muzikaals ontstaat. Daarbij verandert het ›momentum‹ van het object.
Het bovenstaande heeft fraaie natuurkundige implicaties die mij hebben geinspireerd: zoals de overdracht van het impulsmoment van het het ene element op het andere in een systeem waarin de elementen rondcirkelen. Op deze manier kunnen uit roterende protoplanetaire schijven sterren ontstaan.

In veel van mijn muziek stelt een rondcirkelende impuls de ruimte open voor een moment dat zich er kan vestigen. (Vgl. Muziek en Ruimte, in: Notes – No Notes.) Impulsen maken dus de leegheid van de ruimte hoorbaar – leegheid versus stilte – als in- en uitgang voor muziek.
Maar de roterende impulsconstellaties zijn ook de hoorbaar gemaakte wereld van elementen die nog geen muziek zijn, of niet meer muziek zijn. Deze onbepaalde wereld van de elementen noemt de filosoof Levinas ›het elementale‹. [Zie: Emmanuel Levinas,
Totalité et Infini, Den Haag 1974; deel 2, hoofdstuk 2]

De roterende impulsconstellatie is een pauze in het optreden van muzikale betekenis, waar de muzikale tegenwoordigheid gereduceerd is tot nog-niet-iets-zijn, of niet-meer-iets-zijn; een tussenmoment waarin de muzikale elementen zich hergroeperen of zich verzamelen in hun neutrale kwaliteit; een nulpunt waarop de identiteit van muzikale vormen oplost of wordt voorbereid.

Impulsen geven, althans in theorie (Zie: ›Impulsen – 1‹), de aanzet aan elementen om, in interactie met elkaar, tot muzikale vormen te komen: tot groepen, gedaanten, gestieken, melodieën, harmonie…; potentiële vormen die zich in onze herinnering kunnen vastzetten.

In ›Impulsen – 3‹ leg ik uit hoe in mijn partituren de impulsen moeten worden geinterpreteerd en uitgevoerd.

Impulses – 1

notes no-notes
For a long time it was my dream to start the day by playing sequences of electronic pulses which would move around my study at different speeds, with the distance between the pulses’ entries being able to be varied, from long intervals to coagulations so dense they would – just for a moment – give rise to a held note. I have never made this dream reality at home, but I have in many different ways in pretty well all my compositions.

The notion of these ›impulses‹, with the fascinating properties I’ve described, came, of course, from Stockhausen. Around the time of the conception of La disciplina dei sentimenti and Genieting 1 I was engaged in a prolonged study of his Texte zur elektronischen und instrumentalen Musik (Cologne, 1963.) An account of this period of research can be read in the Dutch Journal of Music Theory under the title ›Een lezing voor New York‹ (Amsterdam, 2001.) The article is based on a lecture that I gave in New York in 1995.

The most important aspect to emerge from this article was the idea that impulses determined the structure and the course of my music, and that they did so from within and at any moment: that is to say that they could immediately bring about something in the music; as opposed to prefabricated structures, which were designed prior to the genesis of the music.

Whether I have succeeded in applying impulses in this way remains, for as long as I continue applying them, an open question. It is, however, a fact that they still fascinate me, also for other reasons, which I will write about in ›Impulses – 2.‹
In ›Impulses – 3‹ I shall explain how they should be interpreted and performed.

(Translation: Robert Coupe)

impulses in one of my compositions Click here to see impulses in La disciplina dei sentimenti, page 120
Lange tijd was het mijn droom om de dag te beginnen met het afspelen van reeksen elektronische pulsen die met verschillende snelheden door mijn werkkamer bewogen, waarbij de inzetafstand tussen de pulsen kon worden gevarieerd van grote pauzes tot samenklonteringen die zo dicht waren dat – even – een aangehouden toon ontstond.
Ik heb dit bij mij thuis nooit gerealiseerd, maar wel op vele manieren in vrijwel al mijn composities.

Het idee van deze ›impulsen‹ met bovengenoemde, fascinerende eigenschappen kwam natuurlijk van Stockhausen. Ten tijde van de conceptie van La disciplina dei sentimenti en Genieting I was ik langdurig bezig met het bestuderen van zijn
Texte zur elektronischen und instrumentalen Musik (Köln, 1963). Een verslag van deze onderzoeksperiode is te lezen in het Tijdschrift voor Muziektheorie onder de titel ›Een lezing voor New York‹ (Amsterdam, 2001). Het artikel is gebaseerd op een lezing die ik in New York gaf in 1995.

De belangrijkste uitkomst van dat artikel was het idee dat impulsen de structuur en het verloop van mijn muziek bepaalden en wel van
binnen uit en op ieder moment: dat wil zeggen dat zij onmiddellijk iets teweeg konden brengen in de muziek; dit in tegenstelling tot geprefabriceerde structuren, die vooraf aan de wording van de muziek werden ontworpen.

Of het mij gelukt is impulsen op deze wijze toe te passen blijft een open vraag zolang ik er nog mee bezig ben. Want het is een feit dat ze me blijven fascineren, ook om andere redenen, waarover ik zal schrijven in ›Impulsen – 2‹.
In ›Impulsen – 3‹ zal ik uitleggen hoe ze moeten worden geinterpreteerd en uitgevoerd.