Willem Boogman

composer






duration

14 minutes

scoring

flute, clarinet in B-flat, trombone, violin, viola, violoncello & percussion

commissioned by

Jos & Laura Leussink - de Boer and the Performing Arts Fund NL

dedicated to

Michiel Macrander

premiere

November 9, 2019, Willem Twee Toonzaal, Den Bosch during the November Music Festival

Ives Ensemble

buy the score

>>

From Scratch I, ›Plain Dust & Trills‹

for seven instrumentalists (2019)

audio

00:00
/
00:00
From Scratch I, ›Plain Dust & Trills‹ - second performance by the Ives Ensemble
Live recording by the Muziekgebouw, Amsterdam, December 12, 2019
Muziekgebouw, Amsterdam

content

From Scratch I, ›Plain Dust & Trills‹ is the first part of From Scratch, a three-part music cycle based on drawings by visual artist Alexandra Roozen.
Stacks Image 33

Photo 1
Plain Dust

Stacks Image 39

Photo 2
Plain Dust - detail

Stacks Image 41

Photo 3
Trills - detail

program notes

Introduction

From Scratch I with the subtitle ›Plain Dust & Trills‹ is the first part of From Scratch, a music cycle consisting of three parts based on drawings by visual artist Alexandra Roozen.
As the title of the cycle From Scratch indicates, I build the music up from scratch, following conscientiously Roozen’s way of working, and not so much the feeling her work evokes in me. I also translate the different ways her work incites to look into music.

The subtitle ›Plain Dust & Trills‹ is derived from two series of drawings of the same name by Alexandra Roozen.
On first sight each of the drawings from the series ›Plain Dust‹ consists of two black poles from which lines depart that become lighter in the direction of the papers edge. A tight line divides the drawing in two.

A closer look reveals that all lines are the result of hatching in parallel tracks. These hatched tracks overlap more and more, thus growing darker in the direction of the poles. So it makes an essential difference when you look at the drawing from a distance of four meters (twelve feet) or from forty centimeters (fifteen inches).

For purposes of composing I made use of the hatching, the division in two, and especially the aspects of the visual perception of the drawings.

toelichting

Inleiding

From Scratch I met de ondertitel ›Plain Dust & Trills‹ is het eerste onderdeel van From Scratch, een driedelige muziekcyclus gebaseerd op tekeningen van beeldend kunstenaar Alexandra Roozen.
Zoals de titel van de cyclus From Scratch aangeeft, bouw ik de muziek van de grond af op. Hierbij volg ik nauwgezet de werkmethode van Roozen, en niet zozeer het gevoel dat haar werk bij me oproept. Ook vertaal ik de verschillende manieren van kijken waartoe haar werk uitnodigt, in muziek.

De ondertitel ›Plain Dust & Trills‹ is ontleend aan twee gelijknamige series tekeningen van Alexandra Roozen.
Op het eerste gezicht bestaat elk van de tekeningen uit de serie ›Plain Dust‹ uit twee zwarte polen van waaruit lijnen lijken te vertrekken, die in de richting van de rand van het papier lichter worden. Een strakke scheidslijn verdeelt de tekeningen in tweeën.

Bij nadere beschouwing blijkt dat alle lijnen het resultaat zijn van arceringen die in evenwijdige banen verlopen. Deze gearceerde banen overlappen elkaar in de richting van de polen meer en meer, met als gevolg dat ze steeds donkerder worden.
Het maakt dus verschil of je de tekening op een afstand van vier meter bekijkt of van veertig centimeter.

Het arceren, de in tweeën gedeelde compositie, en vooral de aspecten van de visuele waarneming van de tekeningen heb ik ingezet voor compositorische doeleinden.

Time, duration and rhythm

In From Scratch I I use time, duration and rhythm to make it possible to zoom in and out in music, corresponding to the different distances from which the drawings of Alexandra Roozen can be looked at. It is essential that time, duration and rhythm can merge into each other.

I consider Time the way music is perceived as a whole. This comprises more than the sum of the elements a composition is assembled of. Parallel to overseeing a drawing, one could speak of the ›overhearing‹ of a work of music as a whole.
Different experiences of time are determined by the scale on which a sound reveals itself: for instance the very quick, short noises of bats or the very slow sounds whales produce. These scales can exceed human measures. A star can produce a periodic vibration with the duration of a day, which is so low that you might feel the vibration, but could not hear it.

In From Scratch I complex passages occur that can hardly be followed with the ear. The complexity of a musical texture or allowing a certain amount of chance in producing tones give us a different experience of time in music than usual.

Duration is the experience of the speed at which sound events follow each other. That can be very fast, extremely slow, and anything in between. Different from Time, the variation in duration in sequences of sound events can always be related to experiences in human life. I like to consider the game of different durations in a composition as a music-dramatic plot.

Rhythm is the physical experience of organized durations of tones in a metrum. Rhythm is, among other aspects, related to speaking and to movements of the human body. Rhythm and pulse (cadence) are linked together. They can be split up, but even then a pulse will be held by the musician or the conductor in a tempo.

Tijd, duur en ritme

In From Scratch I gebruik ik tijd, duur en ritme om het inzoomen en uitzoomen in muziek mogelijk te maken, overeenkomstig de verschillende afstanden waarop naar de tekeningen van Alexandra Roozen kan worden gekeken. Essentieel is dat tijd, duur en ritme in elkaar kunnen overgaan.

Tijd beschouw ik als de wijze waarop muziek in z’n geheel ervaren wordt. Dat is meer dan een optelsom van de elementen waaruit een compositie bestaat. In analogie met het overzicht over een tekening zou je kunnen spreken van het ›overhoren‹ van een muziekwerk in zijn geheel.
Verschillende tijdservaringen worden bepaald door de schaal waarop geluid zich voordoet: bijvoorbeeld de zeer snelle, korte geluiden van vleermuizen of de zeer langzame, lage geluiden van walvissen. Deze schalen kunnen de menselijke maat overstijgen. Een ster kan een periodieke trilling voortbrengen met de duur van een dag, die zo laag is dat je de trilling wel zou kunnen voelen, maar niet horen.

In From Scratch I komen complexe passages voor die nauwelijks te volgen zijn met het oor. Ook de complexiteit van een muzikale textuur of het toelaten van toevalligheden in de toonproductie geven ons een andere ervaring van tijd in de muziek dan we gewoon zijn.

Duur is de ervaring van de snelheid waarmee klankgebeurtenissen elkaar opvolgen. Dat kan heel snel zijn, uiterst langzaam en alles daartussen. De variatie in de duur van opeenvolgingen van klankgebeurtenissen kan, anders dan bij Tijd, altijd gerelateerd worden aan ervaringen uit het menselijk leven. Ik beschouw het spel van verschillende ‘duren’ in een compositie graag als een muziekdramatisch plot.

Ritme is de fysieke beleving van georganiseerde toonduren in een metrum. Ritme is onder meer gerelateerd aan spreken en bewegingen van het menselijk lichaam.
Ritme en puls (cadans) zijn met elkaar verbonden. Ze kunnen van elkaar losgemaakt worden, maar dan nog zal een puls door de speler of dirigent vastgehouden worden in een tempo.

The composition

The ensemble's arrangement corresponds to the composition of the drawings. The seven musicians are divided into two groups: three on the left, three on the right and the percussionist in the middle.
The hatching, so characteristic of the drawings has been made audible at the beginning of the piece: the percussionist scratches back and forth between two rulers, like Alexandra Roozen does.
From Scratch I ends with the tinkling of a bunch of the kind of graphite markers, with which she works. Between the beginning and the end three phases can be outlined. These phases consist of three different timescales in which the music evolves, according to the perception of the drawings from a larger to a smaller distance.

The first phase covers the overview of the whole drawing. (picture 1, overview).
Here I work on a large scale, as rhythm and duration are almost identical. Two musical occurrences alternate regularly: a repetitive fundamental tone, becoming slightly longer with each repetition and a short, ascending fundamental tone of a fixed duration. The trombone plays the two fundamentals on which the entire composition is based. The other musicians play rapidly rising notes from the harmonic spectrum of the fundamentals. This explains the prescription of microtones.

The second phase is ›half zoomed in‹ and consists, as can be seen on the second picture (picture 2, a detail), of tracks of repetitive hatching movements and rising ascending lines from a black pole. In the composition the hatching movements lead to tones going up and down very quickly. The ascending runs for the string players, supported by percussion, start over and over with low, vehement scratching, becoming more transparent and softer rising upwards, before they dive again. This movement is repeated a number of times, while the duration of each repetition increases.

This is followed by an intermediate phase, in which each musician performs his or her own track with two or more tones to play. Rhythms gradually begin to emerge, but their outlines are lost in the many oscillating movements of the tones. Here the repetitions eventually are stabilized in equal durations.

The third phase is the smallest scale on which my music develops. For this phase, in which the music zooms in on minute details, I took the series of drawings entitled ›Trills‹ as a point of departure. In Trills the variety of details is even larger and more explicit than in Plain Dust (picture 3, a detail of Trills). These details make me think of small musical motives.
The wind players play their little motives percussively and extremely softly, making the production of pitches insecure. The string players play extremely high notes, by ticking on the strings with a coin, which evokes a micro world of floating tones. These continuously varied and constantly repeated motives are thus subject to a certain amount of chance.

(Translation by Sandra Macrander)

De compositie

De opstelling van het ensemble beantwoordt aan de compositie van de tekeningen. De zeven musici zijn in twee groepen verdeeld: drie links, drie rechts en de slagwerker in het midden.
Het arceren, zo kenmerkend voor de tekeningen is hoorbaar gemaakt aan het begin van de muziek: de slagwerker krast heen en weer tussen twee linialen, zoals Alexandra Roozen dat ook doet.
From Scratch I eindigt met het gerinkel van een bosje grafietstiften, de potloden waarmee zij tekent. Tussen begin en einde zijn drie fasen te onderscheiden. Deze fasen bestaan uit drie verschillende tijdsschalen waarop de muziek zich afspeelt. Gerefereerd wordt aan het op grotere of kleinere afstand waarnemen van de tekeningen.

De eerste fase is het overzicht van de gehele tekening (foto 1, overzicht). Hier werk ik op grote schaal. Ritme en duur zijn vrijwel identiek.
Twee muzikale gegevens wisselen elkaar met regelmaat af: een zich herhalende grondtoon die met elke herhaling iets langer wordt en een korte, stijgende grondtoon met een gelijkblijvende duur. De trombonist speelt de twee grondtonen waarop de gehele compositie is gebaseerd. De andere musici spelen snel stijgende tonen uit het boventoonspectrum van de grondtonen. Dit verklaart waarom hier ook microtonen worden voorgeschreven.

De tweede fase is ›half ingezoomd‹ en bestaat, zoals de tweede foto (foto 2, een detail) laat zien, uit banen van repeterende arceerbewegingen en opstijgende lijnen vanuit een zwarte pool. De arceerbewegingen geven in de compositie aanleiding tot snel op en neer gaande tonen. De stijgende loopjes in de strijkers, ondersteund door slagwerk, beginnen steeds opnieuw in laag, heftig gekras, om naar boven toe transparanter en zachter te worden alvorens ze weer naar beneden duiken. Deze beweging wordt een aantal malen herhaald, waarbij de duur van elke herhaling steeds langer wordt.

Hierna volgt een tussenfase, waarin elke muzikant twee of meer tonen te spelen heeft en zo een eigen baan aflegt. Geleidelijk beginnen er ritmes te ontstaan, maar hun gestaltes gaan ten onder in de vele pendelbewegingen van de tonen. Hier zijn de herhalingen uiteindelijk gestabiliseerd in gelijke duren.

De derde fase is de kleinste schaal waarop mijn muziek zich afspeelt. Voor deze fase, waarin de muziek inzoomt op minieme details, nam ik de serie tekeningen met de titel ›Trills‹ als uitgangspunt. In Trills is namelijk de variëteit aan details nog groter en uitgesprokener dan in Plain Dust (foto 3, een detail van Trills). Deze details doen me denken aan muzikale motiefjes.
De blazers spelen percussief en uiterst zacht hun motiefjes waardoor de toonproductie onzeker wordt. De strijkers spelen extreem hoge tonen door met een muntje op de snaren te tikken, hetgeen een microwereld van zwevende tonen oplevert. Deze voortdurend gevarieerde en steeds herhaalde motiefjes worden zo onderworpen aan een zekere mate van toeval.