Willem Boogman

composer






words

Henri Meschonnic (in French)

libretto

Sandra Macrander

duration

27 minutes

commissioned by

Asko Kamerkoor

dedicated to

Jos Leussink

premiere

May 15, 2015
Orgelpark, Amsterdam

Asko Kamerkoor

Lodewijk van der Ree - conductor
Sandra Macrander - mise-en-scène, mezzo-soprano & performer
Vincent van Amsterdam - accordion
Jos Leussink - organ
Felipe Mora - keyboard
Evert de Cock - sound direction
Peter Leydekkers - lighting

buy the score

>>

Nous le chant III

a semi scenic concert for chamber choir (eighteen soloists), performer, accordion, organ & samples (2015)
Stacks Image p24_n2

audio

00:00
/
00:00
Nous le chant III - premiere by Asko Kamerkoor (Asko Chamber Choir), Lodewijk van der Ree - conductor, Sandra Macrander - performer & mise-en-scène, Vincent van Amsterdam - accordion, Jos Leussink - organ, Felipe Mora - keyboard, Evert de Cock - sound direction, Peter Leydekkers - lighting
Live recording of the premiere at the Orgelpark Amsterdam on May 15, 2015 by Bert van Dijk

photo gallery

program notes

I conceived Nous le chant III as semi-scenic music based on poems by the French poet Henri Meschonnic (1932-2009). In his poems, Meschonnic plays with the thought that ›we‹ (nous) is a way, a passage from me to you. Where ›we‹ is the mystery that is constantly being formed, celebrated (le chant) and unraveled. Being on the road, enjoying, the celebration of meeting each other, but also the frictions that can accompany this, are the music-theatrical starting points of Nous le chant III. These processes have been given a spatial shape by the mise-en-scene that Sandra Macrander conceived on the basis of images she derived from Meschonnic's poetry. Besides the movement plan, she also formed the libretto from his poems.

In her choice of poems, Macrander brought forward other aspects of Meschonnic's poetry: the elementary images, expressed in a seemingly simple language that is not always obedient to grammar rules, and words that ask to be expressed with voice and gestures. The poetry of Meschonnic cannot exist without lips, mouths, hands, heads, feet, ears, eyes, breath and sound. It transcends the silence of the paper reality.

For the music I was inspired by pop music from around 1970. Pop musicians, certainly from this time, not only behave extremely individualistic, but also want to be the catalyst of an intensive collective experience of the music. ›We the singing…‹ (Nous le chant…) summarizes this attitude well.
For Nous le chant III I made and edited samples from pop music. The samples are integrated into the music and sound from loudspeakers that are directed at the choir.
For Nous le chant III, pop music is not only my source of inspiration, but also my ›sparring partner‹.

The entire work seems appropriate for the Asko Chamber Choir, the commissioner of the composition, because it is a choir in which the individual contributions of the singers do not have to be subordinate to an ideal choir sound. The characteristic of the choir here is a result of those contributions, not a starting point. As composer Ernst Krenek (1900-1991) writes: ›Man muß die gesamte Arbeit am Opernwerk von der ersten Skizze eines Sujets bis zur letzten Anweisung des Inspizienten auf die Möglichkeiten und Unmöglichkeiten des Ausführenden abstellen, seine psychische und intellectuele Kapazität in darstellerischer und musikalischer Hinsicht bedenken‹.
[›From the first sketch of a subject to the last instruction of the stage manager, the entire work on the opera work must be geared to the possibilities and impossibilities of the performer, and his or her mental and intellectual capacity must be considered in a dramatic and musical sense‹.]
In addition to choir singing in all kinds of scorings, there are numerous emerging soli of singers. In which the own sound, the own way of doing things are brought forward and taken as the starting point for the overall picture of Nous le chant III.
The accordionist accompanies the soloists but also plays his own role in the staging.
The organ usually supports the choir singing.

Of the fifteen scenes that Sandra Macrander designed, nine have so far been realized in this short version of Nous le chant III:

Scene 1 – Travelers
Scene 2 – Encounter
Scene 3 – Battle
Scene 4 – Riddle
Scene 5 – Refugees
Scene 6 – Eyes as hands, hands as eyes
Scene 7 – Silent screams | Open mouths
Scene 8 – Songs of love
Scene 9 – Waltz


The libretto of Nous le chant III was compiled by Sandra Macrander from the volumes of verse Et la terre coule (Arfuyen 2006) and Demain dessus demain dessous (Arfuyen 2010) by Henri Meschonnic with kind permission from the publisher and Mrs. Régine Blaig

Nous le chant III is dedicated to Jos Leussink.

Nous le chant III was commissioned by the Asko Chamber Choir with financial support from the Fund for the Performing Arts.

Nous le chant III was first performed at the Orgelpark in Amsterdam on May 15, 2015 by the Asko Chamber Choir, Lodewijk van der Ree – conductor, Sandra Macrander – mezzo-soprano / performer, Vincent van Amsterdam – accordion, Jos Leussink – organ, Felipe Mora – keyboard, Evert de Cock – sound direction, Peter Leydekkers – lighting.


Willem Boogman, July 2019

toelichting

Nous le chant III heb ik geconcipieerd als semi-scènische muziek op gedichten van de Franse dichter Henri Meschonnic (1932-2009). In zijn gedichten speelt Meschonnic met de gedachte dat ›wij‹ (nous) een weg is, een passage van ik naar jij. Waarbij ›wij‹ het mysterie is dat steeds opnieuw wordt gevormd, gevierd (le chant) en ontrafeld. Het onderweg zijn, genieten, de viering van elkaar ontmoeten maar ook de fricties waarmee dit gepaard kan gaan, vormen het muziek-theatrale gegeven van Nous le chant III. Deze processen hebben ruimtelijk gestalte gekregen door de mise-en-scène die Sandra Macrander bedacht op grond van beelden die zij heeft ontleend aan Meschonnics poëzie. Naast het bewegingsplan vormde zij ook het libretto uit zijn gedichten.

In haar keuze van gedichten haalde Macrander nog andere aspecten van Meschonnics poëzie naar voren: de elementaire beelden, verwoord in een ogenschijnlijk eenvoudige taal die lang niet altijd gehoorzaamd aan grammaticale regels, en woorden die vragen om tot uitdrukking te worden gebracht met stem en gebaren. De poëzie van Meschonnic kan namelijk niet bestaan zonder lippen, monden, handen, hoofden, voeten, oren, ogen, adem en geluid. Zij overstijgt de stilte van de papieren werkelijkheid.

Voor de muziek liet ik me inspireren door popmuziek van rond 1970. Popmuzikanten, zeker uit deze tijd, gedragen zich niet alleen uiterst individualistisch, maar willen ook de katalysator zijn van een intensief gezamenlijk ervaren van de muziek. ›Wij het gezang…‹ (Nous le chant…) vat deze houding goed samen. Voor Nous le chant III maakte en bewerkte ik samples uit de popmuziek. De samples zijn geïntegreerd in de muziek en klinken uit luidsprekers die gericht staan op het koor.
Voor Nous le chant III is de popmuziek niet alleen mijn inspiratiebron, maar ook mijn ›sparringpartner‹.

Het gehele werk lijkt geëigend voor het Asko Kamerkoor, de opdrachtgever van de compositie, omdat het een koor is waarin de individuele bijdragen van de zangers niet ondergeschikt hoeven te zijn aan een ideale koorklank. De karakteristiek van het koor is hier een resultaat van die bijdragen, niet een uitgangspunt. Zoals componist Ernst Krenek (1900-1991) schrijft: ›Man muß die gesamte Arbeit am Opernwerk von der ersten Skizze eines Sujets bis zur letzten Anweisung des Inspizienten auf die Möglichkeiten und Unmöglichkeiten des Ausführenden abstellen, seine psychische und intellectuele Kapazität in darstellerischer und musikalischer Hinsicht bedenken‹.
[›Van de eerste schets van een onderwerp tot de laatste instructie van de toneelmanager, moet het hele werk aan de opera gericht zijn op de mogelijkheden en onmogelijkheden van de uitvoerder, en moet zijn of haar mentale en intellectuele capaciteiten in dramatische en muzikale zin in overweging worden genomen‹.]
Naast koorzang in allerlei bezettingen zijn er talrijk opduikende soli van zangers. Waarbij de eigen klank, de eigen manier van doen juist naar voren wordt gehaald en als uitgangspunt is genomen voor het totaalbeeld van Nous le chant III.
De accordeonist begeleidt de solisten maar speelt ook een eigen rol in de enscenering.
Het orgel ondersteunt meestal de koorzang.

Van de vijftien scènes die Sandra Macrander ontwierp zijn in deze korte versie van Nous le chant III er tot nu toe negen gerealiseerd:

Scène 1 – Reizigers
Scène 2 – Ontmoeting
Scène 3 – Strijd
Scène 4 – Raadsel
Scène 5 – Vluchtelingen
Scène 6 – Ogen als handen, handen als ogen
Scène 7 – Stille kreten | Open monden
Scène 8 – Liefdesgebaren
Scène 9 – Wals


Het libretto van Nous le chant III werd door Sandra Macrander samengesteld uit de bundels Et la terre coule (Arfuyen 2006) en Demain dessus demain dessous (Arfuyen 2010) van Henri Meschonnic, met vriendelijke toestemming van de uitgever en mevrouw Régine Blaig

Nous le chant III is opgedragen aan Jos Leussink.

Nous le chant III werd gecomponeerd in opdracht van het Asko Kamerkoor met financiële ondersteuning van het Fonds voor de Podiumkunsten.

De eerste uitvoering van Nous le chant III vond plaats in het Orgelpark te Amsterdam op 15 mei 2015 door het Asko Kamerkoor, Lodewijk van der Ree – dirigent, Sandra Macrander – zang/performer, Vincent van Amsterdam – accordeon, Jos Leussink – orgel, Felipe Mora – keyboard, Evert de Cock – klankregie, Peter Leydekkers – licht.

Willem Boogman, juli 2019

Nous le chant I, II, III

Being on the move in music, alone, together or in groups is the common subject of Nous le chant I, II & III.

Nous le chant I, II, III

Nous le chantOnderweg zijn in de muziek, alleen, samen of in groepen is de gemeenschappelijke thematiek van Nous le chant I, II & III.

reviews

Mark van de Voort | Concertzender, nieuwe muziek blog | 24-10-2015:
›This curious choral music has the carefree exuberance that rubs against the idiom of cross-border seventies acts such as Magma and Frank Zappa.
The constantly moving choir is completely absorbed in the multi-color nature of Boogman's score.‹

Ben Taffijn | nieuwenoten.nl | 20-10-2015:
›Macrander directed the whole in a fascinating mise-en-scene.‹

Paul Hoogenboom (clarinetist) | mail | 19-10-2015:
›A special combination of abstract and recognizable (pop) idiom‹

recensies

Mark van de Voort | Concertzender, nieuwe muziek blog | 24-10-2015:
›Deze curieuze koormuziek heeft de onbekommerde uitbundigheid die aanschuurt tegen het idioom van grensoverschrijdende seventies acts als Magma en Frank Zappa.
Het continu in beweging zijnde koor gaat helemaal op in de veelkleurigheid van Boogmans partituur.‹

Ben Taffijn | nieuwenoten.nl | 20-10-2015:
›Macrander regisseerde het geheel in een boeiende mise-en-scène.‹

Paul Hoogenboom (klarinettist) | mail | 19-10-2015:
›een bijzondere combinatie van abstract en herkenbaar (pop)idioom.‹