Willem Boogman

composer


subscribe to my newsletter

Henri Meschonnic

Nous le chant III

Op 15 mei 2015 gaat Nous le chant III voor kamerkoor, accordeon, orgel en samples in première in het Orgelpark te Amsterdam. Het Asko Kamerkoor wordt gedirigeerd door Lodewijk van der Ree en verder werken mee: Sandra Macrander (mise-en-scène en spel), Vincent van Amsterdam (accordeon) en Jos Leussink (orgel)

ASKO-DOORLOOP-INTERNET-90 kopie
pictoright 2015 by Anne Lakeman

Met de Franse dichter Henri Meschonnic had ik me al beziggehouden in Nous le chant I & II. Het toen nog onuitgevoerde Musik für das Ende van Claude Vivier hadden Jos Leussink en ik al klaar liggen om op een geschikt moment in première te brengen met het Asko Kamerkoor. Toen we beseften dat we hen in één programma met een gemeenschappelijke thematiek konden samenbrengen was het project Passages geboren en begon ik met het schrijven van Nous le chant III.

Wat me opvalt aan de poëzie van Meschonnic is de gedachte dat ›wij‹ een weg is, een passage van ik naar jij. Die gedachte sluit aan bij de thematiek en de uitwerking van Viviers Musik für das Ende waarin ook steeds een ›wij‹ gevormd wordt dat echter nauwelijks houdbaar is tussen twee enkelingen bij het voltrekken van de overgang van dit leven naar een ›ander leven‹ na de dood. Nous le chant III gaat niet over de dood, maar over de overgangen in het leven zelf. De passages tussen jij en ik.

Om recht te kunnen doen aan de bewegingen die de zangers moeten maken in beide stukken heb ik Sandra Macrander gevraagd een mise-en-scène te ontwikkelen voor Passages. Voor Nous le chant III vroeg ik haar een libretto en een bewegingsplan te maken, gevormd uit de gedichten van Meschonnic.
In haar keuze van gedichten haalde zij nog een tweetal andere aspecten van Meschonnics poëzie naar voren, namelijk zijn elementaire beelden in een ogenschijnlijk uiterst eenvoudige taal, en Meschonnics geloof dat zijn poëzie pas tot zijn recht komt in klank en gebaren als momentane, onmiddellijke, uitdrukking van woorden. Woorden kunnen bij Meschonnic niet bestaan zonder lippen, monden, handen, hoofden, voeten, oren, ogen, adem en geluid.

Van de vijftien scènes die Sandra ontwierp zijn in de korte versie van Nous le chant III er negen te horen en te zien.

Geïnspireerd door het zo op scherp zetten van de betekenis en de vorming van een ›wij‹ heb ik in de muziek gebruik gemaakt van eigengemaakte 'samples' uit popmuziek van rond 1970. Popmuziek is, zeker in de begintijd ervan, niet alleen uiterst individueel, maar ook de katalysator van een intensief samen beleven van muziek.

Dit gehele plan lijkt geëigend voor het Asko Kamerkoor, omdat het een koor is waar de individuele bijdragen niet ondergeschikt hoeven te zijn aan een ideale koorklank. De karakteristiek van het koor is hier een resultaat van die bijdragen, niet een uitgangspunt. Zoals Krenek schrijft: ›Man muß die gesamte Arbeit am Opernwerk von der ersten Skizze eines Sujets bis zur letzten Anweisung des Inspizienten auf die Möglichkeiten und Unmöglichkeiten des Ausführenden abstellen, seine psychische und intellectuele Kapazität in darstellerischer und musikalischer Hinsicht bedenken‹.

Naast koorzang in allerlei bezettingen zijn er talrijk opduikende soli van zangers om hun individualiteit te onderstrepen.

De koorzang wordt ondersteund door het orgel, terwijl de accordeonist, die onderdeel is van de enscenering, de solisten begeleidt.

Nous le chant I & II (first performance)

news_Festivalplakat Internet
On September 16 ›Nous le chant I & II‹ will be premiered by SCHOLA HEIDELBERG & ensemble aisthesis. I wrote the music for five voices and three instruments on texts by Henri Meschonnic. ›Nous le chant I & II‹ was commissioned by Walter Nußbaum, artistic director and conductor of both ensembles. The first performance will take place in Heidelberg (D). http://www.klanghd.de/index.html

Listener

notes - no notes
1(a)
Een goede luisteraar is iemand die de muziek in de muziek hoort. Of de stem in de stem. (Henri Meschonnic: »la voix dans la voix«, zie Nous le chant).
Voor die luisteraars schrijf ik mijn muziek. Als ik aan luisteraars denk, denk ik niet aan publiek.

Deze luisteraar is ook iemand die getuige is en eventueel kan getuigen van wat in muziek aan het werk is. Of van wat muziek ›zegt‹ maar niet kan zeggen, omdat muziek zelf geen taal is. Dat wat muziek niet zegt, zegt de luisteraar.

1(b)
A good listener is someone who hears the music within the music. Or the voice within the voice (Henri Meschonnic: »la voix dans la voix«, see Nous le chant).
It is for these listeners that I write my music. When I think of listeners, I do not think of an audience.

This sort of listener is also someone who witnesses - and may be able to bear witness to – what is going on in music. Or what music is ›saying‹, and yet can’t say, since music itself is not a language. What music doesn’t say, the listener does.


(translation: Robert Coupe)

Day Daily

I am working on a new project: the cycle Day Daily [Dag Dagelijks]. As in my earlier cycles I systematically bring up the elementary world of sound and music, usually connected with a specific, extramusical reality. Day Daily is inspired by literary, scientific and everyday interpretations of the day, and especially by phenomenological research on this topic by philosopher Chris Bremmers.

With Day Daily I want to recall the day to us, or at least the memory of that one Day amidst all days. I would also like to develop certain aspects of my music further, which is sound transmitted in space, different scorings within a piece and compositional / musical elements being in a permanent transition (liminality).

Day Daily consists of four long pieces of approximately 15-20 minutes, composed for the transitory moments of the day: midnight, daybreak, midday and nightfall. These transitory moments are linked with each other by twenty one-minute pieces, which stand for the hours of the day.

The parts of the cycle can be performed both independently and integral.

the cycle day daily
Click here for an overview of the cycle


The midnight part, entitled: ›Nous le chant‹, forms a small cycle within the large one, and contains five vocal pieces on texts of the French poet Henri Meschonnic. From his collection of poems ›Nous le passage‹ I selected:

1. aujourd’hui nous
2. on s’entend c’est la lumière
3. la lumière amoureuse
4. la nuit luit
5. un jour et je suis ce jour

The first three are composed for five singers of Schola Heidelberg (SSATB) and a trio of ensemble aisthesis (clarinet, piano and percussion) at the request of
KlangForum Heidelberg (D) and Walter Nußbaum – conductor.