Willem Boogman

composer


subscribe to my newsletter

Review Passacaglia for flute

Rachel Shirley in: Pan, The Journal of the British Flute Society, November 2017:

›This Passacaglia for solo flute, written in 2015, is a set of seven variations on an original theme. It is an intriguing, melancholy melody, starting so quietly the part is marked to play »to yourself«. The whole piece requires great control over dynamics – often alternating between a loud low register and quiet high register in the variations – to bring out the different ›voices‹ in the variations, »as if there were more players«. Boogman has drawn inspiration from J.S. Bach and this is evident in the way he develops the material through the variations, before slowing and fading back into the theme to end. A thoughtful short piece which would work well alongside Baroque repertoire, showing some of the same techniques in a contemporary context.‹

Invention

»… finding - inventio, invenire - of something real, true.«
[Claudio Magris, Non luogo a procedere | Blameless, afterword (2015)]

Find things as they are and make up as little as possible.

Lately I work with readymades (found objects), fragments of music, which regularly play through everybody’s head. These are the building blocks for compositions I now work on. By changing their shape I create completely authentic and new music. With modern techniques like transformations and interpolations at the level of their DNA (modulations) I make their identity fluid as clouds that float by and past each other against a blue sky. This way I compose my ultimate polyphony. (Listen to Distant Voices, Intermezzi, Ihr Tore...) Of the reflection of the known I make the opening to the unknown. Not driven by dreams but by desire.

Recent work to which the above applies: The Road To Here for brass quartet and organ (based on popular music from different styles) and Dive Along the Coral Reef for accordion and five or six instruments of choice (with Bach, Schumann and Reich).

With this way of creating new music I find myself in a longstanding tradition in classical music. Through the centuries composers have often made use of fragments, musical themes or melodies of their predecessors, colleagues, or for instance folkmusic, to create their own works.

Intermezzi (Reprises)

Na de geruchtmakende première in september 2016 in het Festival Musica Sacra te Maastricht voert het Asko Kamerkoor onder leiding van Jos Leussink nog twee maal de Johannespassie van Bach uit in een editie van Klaas Hoek.
De Intermezzi, modulationes super Passionem secundum Joannem, voor harmonium en strijkkwartet componeerde ik op verzoek van Klaas Hoek. De drie Intermezzi compenseren als momenten van reflectie de aria’s, die allemaal geschrapt zijn.
De ondertitel verwijst naar technieken, ›modulationes‹, waarmee ik de noten van Bachs aria's transformeerde in een nieuwe muziek.
Omdat Klaas Hoek er zo van houdt én omdat het 'klopt' met één van zijn uitgangspunten (het principe van ›Formwidrigkeit‹) heb ik een aantal Fluxus-achtige elementen in de Intermezzi opgenomen.

Uitgangspunt voor Klaas Hoeks editie is een uitgebreide en uitermate boeiende studie die hij maakte naar de opvattingen van negentiende-eeuwse muziektheoretici, componisten, filosofen en muzikanten over hoe je om moet gaan met ›oude‹ muziek. Dat was nieuw toentertijd. Ongeveer alles is anders dan de historiserende uitvoeringspraktijk waar we nu middenin zitten. (Of zijn we al in de nadagen ervan?) Maar wat Hoek, de solisten, strijkers en het Asko Kamerkoor in De Johannes van nu presenteren, is niet minder overtuigend en inspirerend!
Mooi vind ik de koppeling met de eigentijdse muziek via klank, de klank ontwikkeling in een compositie. Iets wat organist Klaas Hoek graag benadrukt. Ik denk dat zijn onderzoek zo vruchtbaar is omdat hij ook het modernisme in muziek vrij gemakkelijk kan betrekken bij zijn benaderingswijze van oude muziek, zonder afbreuk te doen aan de context waarin die muziek is geconcipieerd.

Johannes 2017_chimp_2 kopie