Willem Boogman

composer


subscribe to my newsletter

Werkbericht

Vandaag bevind ik me op een kruispunt: het werk aan Genieting VII voor piano wordt doorkruist door het begin van het werk aan ›Distant Voices‹ (voorlopige titel) voor het Spectra Ensemble.
In meerdere opzichten is het een kruispunt: Genieting VII is gebaseerd op de pianosonate DV 894 van Schubert (met name in de zeer langzame uitvoering van Svjatoslav Richter) en ›Distant Voices‹ op de mis ›Maria Zart‹ van Obrecht.
In Genieting VII benader ik de muziek van Schubert via een spectrum op de toon G. In deze spectraliteit wil ik een soort afdruk maken van het eerste deel van de sonate, waarover ik vervolgens ook mijn muzikale fantasie laat gaan.
In ›Distant Voices‹ hanteer ik de werkmethode van Obrecht (en tal van tijdgenoten) om een of meerdere chansons (populaire melodieën) als uitgangspunt te nemen voor de cantus firmus van de mis. Ik kies daarvoor een aantal gitaarriffs uit de popmuziek. Verder wil ik proberen de structuur van de compositie te baseren op de getalstructuur die ten grondslag ligt aan Obrechts mis ›Maria Zart‹, zoals beschreven door M. van Crevel in zijn editie van het werk.

.distant voices & maria zart
Today I find myself at a crossroads: the work on Genieting VII for piano is intersected by starting the work on ›Distant Voices‹ (working title) for Spectra Ensemble.
In several ways, it is a crossroads: Genieting VII is based on piano sonata DV 894 by Schubert (in particular in the very slow performance of Sviatoslav Richter) and ›Distant Voices‹ on the Mass ›Maria Zart‹ by Obrecht.
In Genieting VII I approach Schubert’s music via a spectrum of the tone G. In this spectrality I want to make a kind of imprint of the first movement of the sonata, to which I then also fantasize musically.
In ›Distant Voices‹ I adopt the working method of Obrecht (and many of his contemporaries) to use one or more chansons (popular songs) as a starting point for the cantus firmus of the Mass. For this purpose I choose some guitar riffs from pop music. I also want to try to base the structure of the composition on the numerical structure that underlies Obrecht’s Mass ›Maria Zart‹ as described by M. van Crevel in his edition of the work.

Passacaglia for flute | Compose4You

Vrijdag 26 juni werd Compose4You gelanceerd, een nieuw initiatief van Donemus waaraan ik meedoe. Als je een nieuw muziekstuk nodig hebt voor welke gelegenheid dan ook, of omdat je speciaal voor jou gecomponeerde muziek wilt (laten) spelen, kun je op deze website een componist naar keuze vinden. Donemus helpt je dan je wens te realiseren!
Bij de start van C4Y werd een dergelijke stuk van mij als voorbeeld gepresenteerd: Passacaglia voor fluit, geschreven in opdracht van een heel goede amateur-fluitist. Ook geschikt voor profs, trouwens!

passacaglia

buy the score >>

Friday, June 26, Donemus launched a new initiative in which I participate as composer: Compose4You. If you need a new piece of music for whatever occasion, or you want to have a piece of music especially written for you, you can find on this site the composer of your choice. Donemus helps you to realize your wish!
At the start of C4Y my most recent piece was presented as an example: Passacaglia for flute, commissioned by a very good amateur flutist. Also suited for professionals, by the way!

Nous le chant III

Op 15 mei 2015 gaat Nous le chant III voor kamerkoor, accordeon, orgel en samples in première in het Orgelpark te Amsterdam. Het Asko Kamerkoor wordt gedirigeerd door Lodewijk van der Ree en verder werken mee: Sandra Macrander (mise-en-scène en spel), Vincent van Amsterdam (accordeon) en Jos Leussink (orgel)

ASKO-DOORLOOP-INTERNET-90 kopie
pictoright 2015 by Anne Lakeman

Met de Franse dichter Henri Meschonnic had ik me al beziggehouden in Nous le chant I & II. Het toen nog onuitgevoerde Musik für das Ende van Claude Vivier hadden Jos Leussink en ik al klaar liggen om op een geschikt moment in première te brengen met het Asko Kamerkoor. Toen we beseften dat we hen in één programma met een gemeenschappelijke thematiek konden samenbrengen was het project Passages geboren en begon ik met het schrijven van Nous le chant III.

Wat me opvalt aan de poëzie van Meschonnic is de gedachte dat ›wij‹ een weg is, een passage van ik naar jij. Die gedachte sluit aan bij de thematiek en de uitwerking van Viviers Musik für das Ende waarin ook steeds een ›wij‹ gevormd wordt dat echter nauwelijks houdbaar is tussen twee enkelingen bij het voltrekken van de overgang van dit leven naar een ›ander leven‹ na de dood. Nous le chant III gaat niet over de dood, maar over de overgangen in het leven zelf. De passages tussen jij en ik.

Om recht te kunnen doen aan de bewegingen die de zangers moeten maken in beide stukken heb ik Sandra Macrander gevraagd een mise-en-scène te ontwikkelen voor Passages. Voor Nous le chant III vroeg ik haar een libretto en een bewegingsplan te maken, gevormd uit de gedichten van Meschonnic.
In haar keuze van gedichten haalde zij nog een tweetal andere aspecten van Meschonnics poëzie naar voren, namelijk zijn elementaire beelden in een ogenschijnlijk uiterst eenvoudige taal, en Meschonnics geloof dat zijn poëzie pas tot zijn recht komt in klank en gebaren als momentane, onmiddellijke, uitdrukking van woorden. Woorden kunnen bij Meschonnic niet bestaan zonder lippen, monden, handen, hoofden, voeten, oren, ogen, adem en geluid.

Van de vijftien scènes die Sandra ontwierp zijn in de korte versie van Nous le chant III er negen te horen en te zien.

Geïnspireerd door het zo op scherp zetten van de betekenis en de vorming van een ›wij‹ heb ik in de muziek gebruik gemaakt van eigengemaakte 'samples' uit popmuziek van rond 1970. Popmuziek is, zeker in de begintijd ervan, niet alleen uiterst individueel, maar ook de katalysator van een intensief samen beleven van muziek.

Dit gehele plan lijkt geëigend voor het Asko Kamerkoor, omdat het een koor is waar de individuele bijdragen niet ondergeschikt hoeven te zijn aan een ideale koorklank. De karakteristiek van het koor is hier een resultaat van die bijdragen, niet een uitgangspunt. Zoals Krenek schrijft: ›Man muß die gesamte Arbeit am Opernwerk von der ersten Skizze eines Sujets bis zur letzten Anweisung des Inspizienten auf die Möglichkeiten und Unmöglichkeiten des Ausführenden abstellen, seine psychische und intellectuele Kapazität in darstellerischer und musikalischer Hinsicht bedenken‹.

Naast koorzang in allerlei bezettingen zijn er talrijk opduikende soli van zangers om hun individualiteit te onderstrepen.

De koorzang wordt ondersteund door het orgel, terwijl de accordeonist, die onderdeel is van de enscenering, de solisten begeleidt.